Prokkelfan Maarten: “Je ziet mensen sterker worden”  

Als Maarten van Eck (53) over zijn werk vertelt, spat het enthousiasme ervan af. Geen wonder dus dat hij ambassadeur is voor de gehandicaptenzorg. Sinds 1998 werkt hij bij zorgorganisatie Cello. Inmiddels is hij persoonlijk begeleider en coach van het team ervaringsdeskundigen. 

In contact met Prokkel 

Maarten werd als coach het aanspreekpunt voor stichting Prokkel binnen Cello en ontvangt sindsdien uitnodigingen voor uiteenlopende Prokkel-activiteiten. 

Samen met stichting Prokkel geven ervaringsdeskundigen workshops aan beleidsmakers. Daarin vertellen zij wat Prokkel voor hen betekent: meer zichtbaarheid, contact en vertrouwen. “Prokkel geeft mensen een podium”, zegt Maarten. “Ze worden gezien en gehoord.” 

Prokkel binnen Cello 

Binnen Cello gebeurt inmiddels veel rondom Prokkel. Ervaringsdeskundigen verzorgen workshops, bijvoorbeeld tijdens de Dag van de Toekomst. Ze doen mee aan de Prokkelweek, lopen stages en denken mee tijdens bijeenkomsten met beleidsmakers. 

“Dat levert enorm veel op”, vertelt Maarten. “Cliënten delen hun verhalen, doen nieuwe contacten op en krijgen ervaring binnen organisaties. Dat zijn kansen die je als organisatie niet zomaar zelf regelt. Bovendien groeien ze in vaardigheden, durf en zelfvertrouwen. Je ziet mensen sterker worden. Dat is prachtig om mee te maken.” 

Een bijzondere Prokkel 

Een Prokkel die Maarten altijd is bijgebleven, vond plaats bij de VPRO. Er ontstond een open gesprek over het dagelijks leven van mensen met een beperking. Aan het einde wilde een deelnemer een lied zingen. Eerst was er wat terughoudendheid, tot een tweede deelnemer zich aansloot. Toen begon iedereen te zingen. “Dat soort momenten kun je niet plannen. Juist dat maakt Prokkels zo bijzonder.” 

Blik op de toekomst 

Wat Maarten extra waardevol vindt, is dat door herhaald meedoen echte contacten ontstaan. Soms zelfs vriendschappen. Voor de toekomst hoopt hij dat ontmoetingen langer doorwerken. “Niet alleen één mooie dag, maar ook durven vragen: wat kunnen we hierna nog samen doen?”